16 december 2014

Black Dog (on a leash) - Depressie IV

Het zijn de ochtenden na (letterlijk) slapeloze nachten dat ik het mezelf weer maar eens moeizaam bekennen moet... Het is op die momenten dat ik schoorvoetend - het went nooit - aan mezelf moet toegeven dat het niet zo goed met me gaat als dat ik iedereen, mezelf op kop, wil laten geloven. Anders dan het vlugge, platte en lege antwoord op die afschuwelijke vraag, moet ik dan vaststellen dat het niét goed met me gaat.




'Het is ook je eigen schuld,' wil ik mezelf dan voor de voeten werpen. Heb ik immers niet alweer een hele poos geen balpen of klavier aangeraakt? Laat ik immers niet alweer teveel van me vragen? En waarom laat ik al dat huishoudelijke werk weer zo gigantisch opstapelen? 'Zie je wel? Je eigen schuld...' En vrienden die vragen hoe het met me gaat, die lieg ik even hard voor als dat ik mezelf voorlieg.
Dat ik vorige week letterlijk met de tranen over de wangen even vol de dip indook, schreef ik toen nog af als eenmalig, weinig zeggend, irrelevant voor mijn algemene toestand. Dat ik nu wéér eens een nacht niet slaap, aanvaard ik dan toch maar (misschien? eindelijk? echt?) als een teken aan de wand.

Een heel relaas schrijven zoals een tijdje terug (1, 2, 3) wil vandaag niet lukken, dus ik laat me bijstaan door wat er al is... De WHO (World Health Organisation) voert op treffende wijze een campagne, gestoeld op woorden van Winston Churchill, die zelf ook leed aan depressie.
 Churchill beschreef zijn depressieve periodes wel eens als zwarte honden. (En blijkbaar neemt zo'n hond af en toe de tijd om even in de tuin te gaan wandelen, om vervolgens weer bij je terug te komen...) Hieronder staan twee filmpjes. Het eerste is het verhaal van 'Black Dog', het tweede bevat tips voor mensen (in de omgeving van mensen) met depressie.







Afsluiten wil ik niet doen met een sombere noot. Integendeel... Bij de pakken willen blijven neerzitten, dat is één van die gevoelens die ik net van me af wil schudden. Daarom heb ik besloten om mee te gaan doen aan een digitale uitdaging die al langer bestaat: de #100HappyDays-challenge. Op die manier wil ik mezelf weer leren kennen en ook mezelf er de komende honderd dagen aan herinneren wat me blij kan maken. Wie wil volgen, kan dat (uiteraard geheel vrijblijvend) via deze link.


To be continued...




18 november 2014

Terugblik: De Grote Outing van 2004


Gisteren werd ik vijfentwintig. Maar dat is niet het enige lustrum dat ik gisteren herdacht. Gisteren was het namelijk ook exact tien jaar geleden dat ik met een ietwat gezonde dosis overmoed aan mijn klas bekend had homo te zijn. De Grote Outing van 2004 begon. Het is een moment in mijn leven waar ik tot op de dag van vandaag kracht uit put...



 
Het was een woensdagochtend in november toen we allemaal de school weer binnen drumden. Onze klas - we zaten toen in het vierde - had die ochtend fysica in een lokaal dat wat weg had van een miniatuuraula. In alle krapte van dat lokaal ving een van de pestkopjes van de klas flarden op van het gesprek dat ik met een vriend aan het voeren was. Nog voor de les begon schalde er een "Rob, zijt gij hómò?!" door de klas. Even werd het stil. Tot plots het antwoord: "Ja, X, en dan?!".

Ik was al een tijdje aan het kniezen over hoe mijn outing zou gaan verlopen. Nu dat al mijn vrienden het wisten, vond ik de tijd rijp om ook de rest van de wereld te laten delen in die kant van Rob. Dat die woensdag dé dag zou zijn was ietwat onverwacht, maar - en dat wil ik mijn 'ik-van-toen' zeker op het hart drukken - zeker niet onaangenaam.
Met een oncontroleerbare snelheid ging het nieuws de hele school rond. Zelfs de lagere jaren - op die campus van de school zaten enkel jaren een tot vier - wisten het allemaal nog voor het einde van de pauze. Gefluister in de gangen waarvan men dacht dat ik het niet hoorde, mensen die ik nog nooit gezien had die me kwamen opzoeken en vroegen of 'het' waar was en voor het eerst ook (het nadien veel gebruikte) "Wat weet jij daar nu van? Jij bent homo."




Maar ik zou dat moment nooit willen terugnemen. Geen moment in mijn leven was  zo bevrijdend. Geen enkele daad die ik stelde bood me achteraf dat zelfde moedige gevoel. En het verbaasde me hoeveel respect ik van klasgenoten kreeg vanwege mijn eerlijkheid. Daar heb ik ze nooit voor bedankt. Dus laat me dat nu, tien jaar later, eindelijk maar eens doen.
Want dat ben ik: mijn omgeving ontzettend dankbaar. Omdat ik mocht zijn wie ik ben. En omdat ik me nooit heb moeten verstoppen. Die Grote Outing van 2004 gaf me nadien de moed om eerlijk te zijn over mezelf. Sinds die dag ben ik voor geen enkele groep terug in de kast gekropen. Niet toen ik ging studeren, niet toen ik ging werken, niet in het uitgaansleven en niet in de politiek. Bedankt, 'omgeving-van-toen'. Zelfs vandaag nog zijn jullie een bron van kracht, een herinnering die me sterker maakt en een stukje bagage dat me zeer dierbaar is.


Bedankt!




3 november 2014

Es Leben die Studenten


Wanneer ik mensen vertel dat ik nog steeds actief ben ik het studentenleven word ik wel eens vreemd aangekeken. “Maar je studeert toch niet meer? Wordt het niet eens tijd om op te groeien?” zijn dan steevast de opvolgvragen. De vragen komen telkenmale van mensen die zelf nooit in het studentenleven zaten of die vergeten zijn dat ze ooit deel uitmaakten van het studentencorps. Het zijn mensen die vaak niet (meer) weten waar dat studentenleven om draait. Daarom vandaag – het voelt relevant – graag eens een woordje uitleg…



 
Veel mensen hebben slechts één of twee woorden waar ze aan denken bij het horen van de term ‘studentenleven’. Veelal betreft het termen als bier, zattigheid, dopen, vadsigheid. En voor heel wat studenten in dat studentenleven is dat ook zo. Voor mij draait het studentenleven echter om drie voorname zaken: vriendschap, de traditionele beleving van studentikoze avonden en academische zelfontplooiing. Daar komt af en toe inderdaad ook eens een pint bij kijken, maar de essentie ligt niet in de brouwketel.


Vriendschappen kan je uiteraard overal smeden. Clubs en kringen hebben daarop zeker geen alleenrecht. Maar het studentenleven biedt (oud-)studenten een gezamenlijk project. Het verenigt mensen rond een clubtafel. Vele avonden worden samen doorgebracht: al vergaderend, al lachend, al huilend, al zingend. Banden worden gesmeed en uitgediept. De clubtafel biedt een plek om elkaar te leren kennen, om zichzelf te kunnen zijn in het bijzijn van anderen, om samen elkaars ware gelijke te zijn. Met gepaste trots haal ik hier aan dat vele leden van studentenclub Bourgondia vrienden voor het leven zijn geworden. Een jaar geleden werd ik zelfs dooppeter van de kleine spruit van twee clubgenoten, pas nog was ik getuige op hun huwelijk. Het is niet voor niets dat we nog regelmatig samenkomen rond dezelfde tafels als vijf, zes jaar geleden. Want al studeerden we af, de band die we in Geel opbouwden leeft voort.

Na mijn studies pikte ik de draad weer op met het leven in Hasselt. Een meer dan goede vriend stond daar inmiddels achter de toog in een studentikoos café, de Ambiorix. Wat begon in ‘daar eens iets gaan drinken uit blijk van vriendschap voor die makker’ mondde al snel uit in het leren kennen van lokale studenten die ras nieuwe vrienden werden. En vriendschap onderhoud je. En in vriendschap met studenten gebeurt dat niet zelden… op café en rond de clubtafel waar ik als – toen nog als genodigde – mee aanschoof.

Het is altijd leuk te voelen dat je bij een groep hoort. Uiteindelijk liet ik dat ook formaliseren door me uit sympathie te laten dopen bij Mater Paramedica, de verpleegkundige kring waartoe de uitbaters en vele stamgasten van de Ambiorix behoorden. Sedert die dag weet ik me ook in Hasselt deel van een sterk verbond. (En ja, het klopt… Ik stommelde er aan het eind van vorig academiejaar warempel ook het (laag)praesidium binnen.)




Als snel leerde ik – nog steeds de leergierige studentikoos uit Geel – de verschillen in stijl en traditie tussen de Geelse en de Hasselts-Diepenbeekse studentenwereld. Al van in het allereerste begin had ik in Geel genoten van de liederen in de codex. Toegegeven: sommige liederen waren me al te rechts-seperatistisch of de Rooms, maar het merendeel zong ik als snel graag en luid op menig cantus. Ik leerde op mezelf nieuwe liederen, die we in Geel niet zongen. Samen met enkele andere enthousiastelingen leerden we elkaar nieuwe liederen, anekdotes en gebruiken. We gingen op zoek naar liedjes die niet meer in de codex stonden, naar andere codexen, naar de geschiedenis achter de cantus als geheel en naar die van de liederen zelf. Die avonden vormden de voedingsbodem voor studentenclub Bourgondia. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de kennismaking met een andere traditie in zingen en cantussen ook na mijn studies de aandacht trok. (Terzelfdertijd leerde ik ook de linkse zangtraditie steeds beter kennen. Een nieuwe wereld aan te zingen liederen ging langzaam open.)

Mijn kennis breidde uit en ook in Hasselt kwam ik mensen tegen die mijn passie voor het studentikoze lied deelden. Ik mocht af en toe een interne cantus meemaken en werd zelfs eens mee genomen naar een vormcantus in Leuven alwaar ik op het tijdsbestek van enkele luttele uren een schat aan nieuwe liedjes leerde.




Die leergierige houding naar de traditie in beleving brengt me ook naadloos bij het streven naar zelfontplooiing. Hier citeer ik graag de huidige statuten van Bourgondia: “[…] een besloten groepering van mensen die ten doel heeft […] de kennis en kunde van haar leden te verruimen.” We stellen ons al in het allereerste artikel dit doel. Immers: een club bestaat uit meer dan vriendschap alleen en louter het beleven van traditie is als het langzaam versterven in een kamer die steeds een beetje kouder wordt omdat het haardvuur is uitgegaan. Een club verrijkt haar leden zoals ieder lid bijdraagt aan het geheel.

Uitstappen naar brouwerijen en stoffenbeurzen, politieke en historische lezingen, infoavonden, speeches, appreciatiemomenten in de nachtelijke stilte aan de Antwerpse kade… In de afgelopen zeven jaren heb ik al heel wat bijgeleerd doordat ik in clubverband deelnam aan activiteiten, doordat ik in het studentenleven interessante mensen en gespreksonderwerpen tegen kwam. En inderdaad: net zoals het vriendschappelijk karakter is ook het luik van de zelfontplooiing niet iets waar een club alleenrecht op heeft. Maar het studentenleven schept een context, een kader waarbinnen kansen gecreëerd (kunnen en moeten) worden.




HiSS, Amicitiae Limburgia, Bourgondia, Mater Paramedica,… Ik ben ze allen schatplichtig. Ze hebben me de afgelopen zeven jaren warmte en onderdak geboden. Ze waren (en zijn) een plek waar ik kan lachen en waar ik mag huilen. Ik ontmoet(te) er nieuwe mensen en maak(te) er vele vrienden. Ik leer(de) samen met hen over academische onderwerpen, over onbenulligheden, over het leven en over sterven. Ik zing met hen zoals zij die voor ons kwamen ook samen hebben gezongen. Ze zijn het warme vuur in de herberg na een lange dagtocht. Ut vivamus, crescamus et floreamus…

Dixi.

15 september 2014

Vriendschap - Depressie III



Depressie… De afgelopen twee blogs die ik aan het onderwerp wijdde hadden een eerder donkere inslag. Vandaag gooi ik het dan ook graag eens over die andere boeg: steun, warmte , vriendschap. En vooral ook veel dankbaarheid. “In tijden van nood, leert men zijn vrienden kennen.” En blijkbaar mag ik me gelukkig prijzen met aardig wat van die types.



Een oude kotgenoot, de ouders van mijn petekindje, een hartsvriendin, een grote broer, een kleine zus,… De lijst is – wanneer ik er zo even bij stil sta – best wel lang te noemen. Dat is iets bijzonder en ik weet niet of ik ooit onder woorden kan krijgen hoe dankbaar ik ieder van hen ben. Want ze staan er, dag en nacht. Ze zijn er wanneer ik onnozel aan het doen ben, wanneer ik lach, wanneer ik huil. Ze bieden me steun, houden me af en toe de nodige spiegels voor, durven me pijn te doen. Ze staan klaar wanneer ik hen nodig heb: een luisterend oor, een stevige schouder, een kop thee. En alles wat ik hen in de  plaats terug hoef te geven is mijn dankbaarheid. En zelfs die is soms niet eens nodig…

Ik weet niet of de warme gloed die ik soms op een spontaan moment ervaar universeel is. Dat warme gevoel dat vanuit de kern van mijn lijf naar buiten straalt. Tijdens een fietstocht, op avonden rond de tafel, op de bank met een goed glas wijn. Het is een gevoel van intens geluk en vervolmaking. Het is het gevoel ergens thuis te zijn. Het is het weten dat alles wel goed komt, ook als de nacht extra donker is.


Wat vrienden voor een mens betekenen, kan niet overschat worden. En ik kan enkel hopen dat iedereen minstens af en toe het geluk mag hebben een goede vriend tegen te komen in haar/zijn/* leven. Iemand die hen ondersteunt, zelfs als de last op hun schouders het zwaarst weegt. Iemand die met hen lacht en met hen huilt. Iemand die complimenten geeft, maar ook eerlijk durft te zijn wanneer dat nodig is.

Ik ben dankbaar dat ik zo’n mensen in mijn leven heb. Mensen tegen wie ik kan vertellen wat me dwars zit, wat me gelukkig maakt of soms ook gewoon wat me bezig houdt. Want ik val vaak in een duister gat, maar ik weet dat zij er zijn om me op te vangen, telkens weer. Ook al heb ik het niet altijd verdient, al doe ik soms vervelend, al is mijn rugzak soms nog zo zwaar.


Ik ben hen dankbaar.


11 september 2014

Superheld - Depressie II


Soms overvalt het me zomaar. Dan zit ik het ene moment te lachen en weet ik het volgende moment niet zo heel goed wat ik voel. Ik weet alleen dat het geen leuk gevoel is... Woorden om het nader te beschrijven zijn er niet echt. Het is een soort leegte, en toch ook niet. Het is me heel erg vol voelen, en toch ook niet. Het is een echo en een doffe slag tegelijk. Het is verlammend. Dat wel... En plots wil geen gedachte meer tegoei doordringen, wil geen taak meer lukken. Er waart een spook door mijn hoofd. Dat spook heet depressie.




Op de momenten dat het dan even niet gaat, dan start er een achtbaan in mijn hoofd. Die valt van een hoogte vol niks, roetsj! ...naar beneden. Ik trek mezelf mee de diepte in. Plots ben ik zelf niets meer waard. Plots verliest mijn 'ik' zelfs de 'silver lining' die er vroeger altijd was om me aan op te trekken als ik even in een dipje zat. Plots blokkeer ik en kan ik maar moeilijk meer terug. De wereld binnen in mij valt stil, terwijl die wereld daar buiten ongenadig en chaotisch verder beukt in mijn gedachten. Vragen als 'Wie ben ik?' verdraaien zich tot 'Wat ben ik waard?'. Vragen als 'Wat is de zin?' verduisteren tot het simpele 'Waarom?'. De absolute leegte, het obstructieve van een gedachte aan niets, het blokkerende aan ondefinieerbare gevoelens en het verdovende in de chaos...

Gelukkig zijn er momenten dat het even beter gaan. Soms duren die momenten zelfs een behoorlijke poos. Dan lukt alles weer. Dan kan ik intens genieten van dingen gedaan krijgen. Het zijn die momenten die ik tegenwoordig koester. Ze geven me een gevoel van eigenwaarde dat eens een keertje niet verbonden is aan een schijnbaar niks doen, aan een nutteloos rondhangen in mijn eigen vege lijf. Ik klamp me dan koortsachtig vast aan die momenten. Bij iedere geforceerde lach die ik slaak, bij iedere duistere gedachten die voorbij zweeft, op ieder donker moment op mijn dag... zijn dat de dingen waaraan ik me vasthoud: mijn hoofd hangt niet altijd vol onweerswolken, soms schijnt in mijn hart de zon. En zolang ik me dat besef - zo vertel ik mezelf - komt alles wel goed. Toch?


Ik dacht altijd dat ik een goed beeld had op wat een depressie was, maar nu leer ik dat ik eigenlijk geen flauw idee had. De woorden waarmee ik voor mezelf depressie beschreef waren niet meer dan dat: woorden. Het was een beeld dat - hoewel genuanceerd - toch nog behoorlijk wat misvattingen kende. Het is misschien een beetje zoals voor het eerst echt verliefd op iemand worden: je kan het je niet echt helemaal inbeelden. Pas op het moment dat je voor iemand valt besef je hoe zoiets aanvoelt. En natuurlijk zijn er de sprookjes, de boeken en de films die je een notie geven van... Uiteindelijk raken die slechts de oppervlakte van verliefdheid aan. Of soms ook: de oppervlakte van de symptomen van een depressie

Het leven kronkelt momenteel op vreemde manieren langs, over en onder me door. Ik lijk de grip op de dingen wat kwijt te zijn. En ieder moment bid ik, dat die zelfverzekerde jongen die ik ooit was me komt redden. Dat hij me meeneemt naar toen ik krachtig in mijn schoenen stond. De tijd van 'Je m'en fou!' en 'King of the World'. Mezelf als mijn eigen prins op het witte paard... Waar is die onversaagde held? Waarom is hij niet bij me nu? Komt hij ooit nog terug? Man, wat verlang ik naar zijn terugkeer...



Gelukkig onweert het niet altijd in mijn hoofd.

(To be continued...)