3 augustus 2015

Nationale volksliederen - Vijf keer de moeite waard.


Volksliederen. Vaak genoeg blijf ik er ver van weg. Nationalisme, patriottisme, nationale trots... Ik snap waar die dingen (socio-)psychologisch vandaan komen. Maar dat wilt niet zeggen dat ik kan vatten welke merite ik heb in het feit dat ik op een bepaalde plek geboren ben. Ik ben Belg door toeval. Ik vind het zeker niet erg. Maar patriottische gevoelens geeft het me nu ook weer niet bepaald. Vandaag echter, duiken we de voeten eerst in het bad van de liederen die dat soort gevoelens behoren uit te drukken. Vijf keer tekst, uitleg en lied bij hymnes die ik op een of andere manier wel kan smaken...




1. Europahymne (EU)

En we beginnen ineens met een nationale hymne die eigenlijk geen nationale hymne is. Het Europese volkslied is een gedeelte uit de negende symfonie die in 1823 werd gecomponeerd door Ludwig van Beethoven. Officieel is het een zuiver instrumentaal muziekstuk. In de finale van de eigenlijke symfonie gebruikte Beethoven de in 1785 door Friedrich von Schiller geschreven Ode an die Freude (Ode aan de vreugde). Dit gedicht geeft de door Beethoven gedeelde idealistische visie van Schiller weer, die alle mensen als broeders zag.

In 1972 koos de Raad van Europa, die reeds de Europese vlag had ontworpen, het thema van "Ode aan de vreugde" van Beethoven als Europees volkslied en vroeg de bekende dirigent Herbert von Karajan drie arrangementen voor piano, harmonieorkest en symfonieorkest te schrijven. Dit volkslied vertolkt zonder woorden, in de universele taal van de muziek, de idealen van vrijheid, vrede en solidariteit waarvoor Europa staat. In 1985 maakten de regeringsleiders van de Europese Unie van deze muziek het officiële volkslied van de Unie. Het is niet de bedoeling de volksliederen van de lidstaten te vervangen, maar wel om uitdrukking te geven aan de waarden die de inwoners van de Unie delen en aan hun eenheid in verscheidenheid.




 2. Kaiserhymne (AUT) & Das Lied der Deutschen (DEU)

Das Lied der Deutschen (Het Lied der Duitsers, meestal Das Deutschlandlied, Duitslandlied, genoemd) is sinds 1922 in gebruik als Duits volslied. Vanaf 1952 beperkt zich men echter tot het laatste couplet, een situatie die in 1991 werd geofficialiceerd. Als volkslied geniet het Deutschlandlied bijzondere wettelijke bescherming tegen smaad. Nochtans was het in de 19e eeuw een patriottisch drinklied.

De melodie is afkomstig van het door Haydn gecomponeerde 'Gott erhalte Franz den Kaiser', de Oostenrijkse Kaiserhymne. Van 1797 tot aan het ontbinden van het Oostenrijks-Hongaarse in 1918 keizerrijk was het het volkslied van Oostenrijk en later van Oostenrijk-Hongarije. Het was bijzonder populair en werd vertaald in alle veertien in het rijk geldende talen.




3. Nkosi Sikelel iAfrica & Die Stem van Suid Afrika (ZAF)

Sinds 1997 is het volkslied van Zuid-Afrika een lied dat uit twee voorgaande liederen is samengesteld, namelijk Die Stem van Suid-Afrika en Nkosi sikelel' iAfrika.

Die Stem van Suid-Afrika was het volkslied van Zuid-Afrika tijdens het apartheidsregime in het land, Nkosi sikelel' iAfrika was een populair lied van de ondergrondse vrijheidsbeweging. In 1994 verklaarde toenmalig staatspresident F.W. de Klerk beide liederen tot officieel volkslied. In 1997 werd in de nieuwe grondwet de huidige tekst tot officieel volkslied uitgeroepen. Het is een verkorte en gecombineerde versie van de beide liederen, met een nieuw geschreven Engelstalige tekst. Het bevat woorden van vijf van de elf officiële talen van Zuid-Afrika.



4. Marseillaise

De oorspronkelijke versie is een lied dat is geschreven en gecomponeerd door Claude Joseph Rouget de Lisle in de nacht van 25 op 26 april 1792 (De zevende strofe werd later door een onbekende auteur toegevoegd). De originele naam is Chant de guerre de l'Armee du Rhin (marslied van het Rijnleger). De naam Marseillaise dankt het lied aan het feit dat de troepen uit Marseille tijdens de Franse Revolutie het lied zongen bij hun intocht in Parijs. Op 14 juli 1795 werd de Marseillaise tot volkslied van Frankrijk verklaard. Later, tijdens het keizerrijk, werd het lied door Napoleon verboden. De Derde Franse Republiek herstelde in 1878 de Marseillaise in ere herstelde.

Van 1871 (het neerslaan van de Commune van Parijs) tot 1888 (het jaar waarin Pierre de Geyter het oorspronkelijke gedicht van communard Eugène Pottier op muziek zette) werd de melodie ook gebruikt om de Internationale op te zingen. Ten tijde van Adolf Daens, rond 1890, was het zingen van de Marseillaise ook gebruikelijk onder Belgische socialisten. Tijdens de Russische Revolutie (1905) tot aan de Oktoberrevolutie (1917) werd de Internationale nog gezongen op de noten van de Marseillaise.  Ook was de Marseillaise het volkslied van Rusland, vanaf de Russische Revolutie tot het moment dat de Internationale de Marseillaise alsdusdanig verving. Ook andere bewegingen hebben zich in de geschiedenis bediend van de Marseillaise. Zo zongen de zuiderlingen de Marseillaise toen hun staten uit de unie der Verenigde Staten traden en zich bij de Geconfedereerde Staten van Amerika aansloten. In 1989 (nb: op de vooravond van de 200e verjaardag van de Franse Revolutie) zongen Chinese opstandelingen rond een Vrijheidsbeeld van papier-maché op het Plein van de Hemelse Vrede hun versie van de Marseillaise tijdens het Tiananmenprotest.



5. Phleng Chat

Het is vrolijk en duurt niet langer dan een minuut, er zitten geen religieuze verwijzingen in en ondanks enkele vervaarlijke (vnl. nationalistische en militaristische) regels spreekt het vooral over vrede en vrijheid: Het Phleng Chat (Thai: เพลงชาติ) ,  het volkslied van Thailand. Het volkslied werd ingesteld op 10 december 1939. Het werd gecomponeerd door Peter Feit (zijn Thaise naam is: Phra Chen-Duriyang) (1883-1968). Hij was de zoon van een Duitse immigrant en de koninklijke adviseur voor muziek. De woorden bij de melodie zijn van Luang Saranupraphan. Het lied moet niet verward worden met Phleng Sansasoen Phra Barami; de koningslofzang die voor 1939 als volkslied gold en nog steeds veel gehoord is.




---
Deze weetjes komen uit de bundel 'Volksliederen - Cantusbundel met tekst en uitleg' die ik opstelde voor Limburgse Hoogstudentenclub Caeruleus als thematische leidraad voor een zangconvent. Meer liederen? Kijk dan ook eens op mijn codexliederenpagina "Rondgezang & Gerstenat".

3 april 2015

Eulogie voor Steve - De Cafébaas-Politicus is niet meer.

In mijn jonge politieke leven waren er altijd al een aantal lichtbakens. Zo is er Willy Claes, het eerste gezicht dat politiek voor me had en nog steeds een inspiratiebron als het aankomt op het geven van bevlogen speeches. Zo is er ook Valerie del Re, het gezicht van het buiten de lijntjes kleuren en het durven zoeken naar creatieve, nieuwe en soms zelfs lichtjes stoute oplossingen. En zo was er ook het gezicht van het socialisme, de Gezellige God. Zo was er ook Steve.






Toen Steve Stevaert in 1995 - ik was toen vijf - de eerste socialistische burgemeester van Hasselt werd, stonden wij thuis feitelijk aan de verliezende zijde. Mijn ouders werkten in die tijd immers beiden voor de CVP. Mijn vader als bode op een kabinet, mijn moeder als medewerker op het provinciaal hoofdbureau. Het enige wat ik me van heel die campagne nog herinner, is dat ik op een avond mee boekjes ben gaan bussen, dat ik mee ging kijken naar het plakken, etc. Al die dingen die bij een politieke campagne horen, maar die ik nog niet echt vatten kon. Het was pas veel later dat er zich iets ontwikkelde als politiek bewustzijn. Toen ik acht was, werd Steve minister. En de eerste gemeenteraadscampagne die ik me actief herinner - vooral door de vele borden in het straatbeeld - was de gemeenteraadscampagne van 2005. Mijn ouders werkten al lang niet meer voor de CVP / CD&V en Herman Reynders prijkte voor het eerst zélf prominent op de affiches van PRO Hasselt.

En toch... De impact die Steve Stevaert op mijn eigen leven heeft gehad is enorm. Natuurlijk zijn er de gratis bussen waar ik heel mijn jonge leven gretig gebruik van maakte wanneer de afstand te groot of het weer te slecht was om te fietsen. Er is het stedelijke politieke toneel dat mede door Steve haar huidige vormen kreeg. Maar bovenal is er het archetype van 'de Socialist' dat voor altijd Steves gezicht zal dragen. Want het waren immers zijn maatregelen die in de ogen van de jongadolescent die ik toen was, uitdroegen waar het socialisme voor zou moeten staan: samen investeren in publieke diensten, zorg voor elkaar, solidariteit met de mensen die rondom ons heen leven en het milieu.
Ik heb zijn gratis bussen nog met veel vuur verdedigd. In de periode van mijn eigen toetreden bij JS/sp.a tot aan de verkiezingen van 2012 was het een 'hot topic' waar iedereen in de Hasseltse politiek die niet sp.a was, dringend van af wou. Het verhaal van Steve zijn bussen was immers uitgegroeid tot een symbool. Een symbool dat overigens tot ver buiten onze landsgrenzen onze stad op de kaart heeft gezet. Zo herinner ik me bezoek uit Finland, interesse van kameraden uit Oostenrijk, etc. in het OV van ons klein, Limburgs stadje. Maar het mocht niet baten. Het symbool van de Hasseltse gratis bussen moest sneuvelen. Het was dat, of de stad helemaal uit handen geven.

Maar goed. Het zal gezellig zijn, of het zal niet zijn, dat socialisme van ons. Laat ons die gedachte dan ook vasthouden, ook nu onze God-van-weleer er niet meer is. Ook nu er een echt en definitief einde is gekomen aan het hoofdstuk van de cafébaas-politicus die menig Hasselaar niet alleen van bussen maar ook van bier heeft voorzien. Laat ons stilstaan bij het verlies dat we vandaag allemaal samen delen. Maar laat ons nadien vooral verder gaan op het ideologisch pad dat onze eigenste Teletubbie ooit voor ons heeft uitgezet: solidair, warm, links.


Steve, slaap zacht.



Noot van de schrijver: Ik vermoed dat er op deze tekst links en rechts ook reacties zullen volgen de te koppelen zijn aan de juridische processen die aan het lopen waren op het moment van Steve Stevaert's overlijden. Ik ben met mijn tekst bewust van die hele kwestie weggebleven. Immers is er niet alleen het wettelijk vermoeden van onschuld, is er niet alleen de druk die de media wel eens op mensen durft leggen, is er niet alleen het gewauwel op sociale media. Er is vooral ook een tijd van sereniteit. Laat eerst de tijd aan de betrokkenen om in alle rust aan hun rouw te beginnen. Dank.

16 december 2014

Black Dog (on a leash) - Depressie IV

Het zijn de ochtenden na (letterlijk) slapeloze nachten dat ik het mezelf weer maar eens moeizaam bekennen moet... Het is op die momenten dat ik schoorvoetend - het went nooit - aan mezelf moet toegeven dat het niet zo goed met me gaat als dat ik iedereen, mezelf op kop, wil laten geloven. Anders dan het vlugge, platte en lege antwoord op die afschuwelijke vraag, moet ik dan vaststellen dat het niét goed met me gaat.




'Het is ook je eigen schuld,' wil ik mezelf dan voor de voeten werpen. Heb ik immers niet alweer een hele poos geen balpen of klavier aangeraakt? Laat ik immers niet alweer teveel van me vragen? En waarom laat ik al dat huishoudelijke werk weer zo gigantisch opstapelen? 'Zie je wel? Je eigen schuld...' En vrienden die vragen hoe het met me gaat, die lieg ik even hard voor als dat ik mezelf voorlieg.
Dat ik vorige week letterlijk met de tranen over de wangen even vol de dip indook, schreef ik toen nog af als eenmalig, weinig zeggend, irrelevant voor mijn algemene toestand. Dat ik nu wéér eens een nacht niet slaap, aanvaard ik dan toch maar (misschien? eindelijk? echt?) als een teken aan de wand.

Een heel relaas schrijven zoals een tijdje terug (1, 2, 3) wil vandaag niet lukken, dus ik laat me bijstaan door wat er al is... De WHO (World Health Organisation) voert op treffende wijze een campagne, gestoeld op woorden van Winston Churchill, die zelf ook leed aan depressie.
 Churchill beschreef zijn depressieve periodes wel eens als zwarte honden. (En blijkbaar neemt zo'n hond af en toe de tijd om even in de tuin te gaan wandelen, om vervolgens weer bij je terug te komen...) Hieronder staan twee filmpjes. Het eerste is het verhaal van 'Black Dog', het tweede bevat tips voor mensen (in de omgeving van mensen) met depressie.







Afsluiten wil ik niet doen met een sombere noot. Integendeel... Bij de pakken willen blijven neerzitten, dat is één van die gevoelens die ik net van me af wil schudden. Daarom heb ik besloten om mee te gaan doen aan een digitale uitdaging die al langer bestaat: de #100HappyDays-challenge. Op die manier wil ik mezelf weer leren kennen en ook mezelf er de komende honderd dagen aan herinneren wat me blij kan maken. Wie wil volgen, kan dat (uiteraard geheel vrijblijvend) via deze link.


To be continued...




18 november 2014

Terugblik: De Grote Outing van 2004


Gisteren werd ik vijfentwintig. Maar dat is niet het enige lustrum dat ik gisteren herdacht. Gisteren was het namelijk ook exact tien jaar geleden dat ik met een ietwat gezonde dosis overmoed aan mijn klas bekend had homo te zijn. De Grote Outing van 2004 begon. Het is een moment in mijn leven waar ik tot op de dag van vandaag kracht uit put...



 
Het was een woensdagochtend in november toen we allemaal de school weer binnen drumden. Onze klas - we zaten toen in het vierde - had die ochtend fysica in een lokaal dat wat weg had van een miniatuuraula. In alle krapte van dat lokaal ving een van de pestkopjes van de klas flarden op van het gesprek dat ik met een vriend aan het voeren was. Nog voor de les begon schalde er een "Rob, zijt gij hómò?!" door de klas. Even werd het stil. Tot plots het antwoord: "Ja, X, en dan?!".

Ik was al een tijdje aan het kniezen over hoe mijn outing zou gaan verlopen. Nu dat al mijn vrienden het wisten, vond ik de tijd rijp om ook de rest van de wereld te laten delen in die kant van Rob. Dat die woensdag dé dag zou zijn was ietwat onverwacht, maar - en dat wil ik mijn 'ik-van-toen' zeker op het hart drukken - zeker niet onaangenaam.
Met een oncontroleerbare snelheid ging het nieuws de hele school rond. Zelfs de lagere jaren - op die campus van de school zaten enkel jaren een tot vier - wisten het allemaal nog voor het einde van de pauze. Gefluister in de gangen waarvan men dacht dat ik het niet hoorde, mensen die ik nog nooit gezien had die me kwamen opzoeken en vroegen of 'het' waar was en voor het eerst ook (het nadien veel gebruikte) "Wat weet jij daar nu van? Jij bent homo."




Maar ik zou dat moment nooit willen terugnemen. Geen moment in mijn leven was  zo bevrijdend. Geen enkele daad die ik stelde bood me achteraf dat zelfde moedige gevoel. En het verbaasde me hoeveel respect ik van klasgenoten kreeg vanwege mijn eerlijkheid. Daar heb ik ze nooit voor bedankt. Dus laat me dat nu, tien jaar later, eindelijk maar eens doen.
Want dat ben ik: mijn omgeving ontzettend dankbaar. Omdat ik mocht zijn wie ik ben. En omdat ik me nooit heb moeten verstoppen. Die Grote Outing van 2004 gaf me nadien de moed om eerlijk te zijn over mezelf. Sinds die dag ben ik voor geen enkele groep terug in de kast gekropen. Niet toen ik ging studeren, niet toen ik ging werken, niet in het uitgaansleven en niet in de politiek. Bedankt, 'omgeving-van-toen'. Zelfs vandaag nog zijn jullie een bron van kracht, een herinnering die me sterker maakt en een stukje bagage dat me zeer dierbaar is.


Bedankt!




3 november 2014

Es Leben die Studenten


Wanneer ik mensen vertel dat ik nog steeds actief ben ik het studentenleven word ik wel eens vreemd aangekeken. “Maar je studeert toch niet meer? Wordt het niet eens tijd om op te groeien?” zijn dan steevast de opvolgvragen. De vragen komen telkenmale van mensen die zelf nooit in het studentenleven zaten of die vergeten zijn dat ze ooit deel uitmaakten van het studentencorps. Het zijn mensen die vaak niet (meer) weten waar dat studentenleven om draait. Daarom vandaag – het voelt relevant – graag eens een woordje uitleg…



 
Veel mensen hebben slechts één of twee woorden waar ze aan denken bij het horen van de term ‘studentenleven’. Veelal betreft het termen als bier, zattigheid, dopen, vadsigheid. En voor heel wat studenten in dat studentenleven is dat ook zo. Voor mij draait het studentenleven echter om drie voorname zaken: vriendschap, de traditionele beleving van studentikoze avonden en academische zelfontplooiing. Daar komt af en toe inderdaad ook eens een pint bij kijken, maar de essentie ligt niet in de brouwketel.


Vriendschappen kan je uiteraard overal smeden. Clubs en kringen hebben daarop zeker geen alleenrecht. Maar het studentenleven biedt (oud-)studenten een gezamenlijk project. Het verenigt mensen rond een clubtafel. Vele avonden worden samen doorgebracht: al vergaderend, al lachend, al huilend, al zingend. Banden worden gesmeed en uitgediept. De clubtafel biedt een plek om elkaar te leren kennen, om zichzelf te kunnen zijn in het bijzijn van anderen, om samen elkaars ware gelijke te zijn. Met gepaste trots haal ik hier aan dat vele leden van studentenclub Bourgondia vrienden voor het leven zijn geworden. Een jaar geleden werd ik zelfs dooppeter van de kleine spruit van twee clubgenoten, pas nog was ik getuige op hun huwelijk. Het is niet voor niets dat we nog regelmatig samenkomen rond dezelfde tafels als vijf, zes jaar geleden. Want al studeerden we af, de band die we in Geel opbouwden leeft voort.

Na mijn studies pikte ik de draad weer op met het leven in Hasselt. Een meer dan goede vriend stond daar inmiddels achter de toog in een studentikoos café, de Ambiorix. Wat begon in ‘daar eens iets gaan drinken uit blijk van vriendschap voor die makker’ mondde al snel uit in het leren kennen van lokale studenten die ras nieuwe vrienden werden. En vriendschap onderhoud je. En in vriendschap met studenten gebeurt dat niet zelden… op café en rond de clubtafel waar ik als – toen nog als genodigde – mee aanschoof.

Het is altijd leuk te voelen dat je bij een groep hoort. Uiteindelijk liet ik dat ook formaliseren door me uit sympathie te laten dopen bij Mater Paramedica, de verpleegkundige kring waartoe de uitbaters en vele stamgasten van de Ambiorix behoorden. Sedert die dag weet ik me ook in Hasselt deel van een sterk verbond. (En ja, het klopt… Ik stommelde er aan het eind van vorig academiejaar warempel ook het (laag)praesidium binnen.)




Als snel leerde ik – nog steeds de leergierige studentikoos uit Geel – de verschillen in stijl en traditie tussen de Geelse en de Hasselts-Diepenbeekse studentenwereld. Al van in het allereerste begin had ik in Geel genoten van de liederen in de codex. Toegegeven: sommige liederen waren me al te rechts-seperatistisch of de Rooms, maar het merendeel zong ik als snel graag en luid op menig cantus. Ik leerde op mezelf nieuwe liederen, die we in Geel niet zongen. Samen met enkele andere enthousiastelingen leerden we elkaar nieuwe liederen, anekdotes en gebruiken. We gingen op zoek naar liedjes die niet meer in de codex stonden, naar andere codexen, naar de geschiedenis achter de cantus als geheel en naar die van de liederen zelf. Die avonden vormden de voedingsbodem voor studentenclub Bourgondia. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de kennismaking met een andere traditie in zingen en cantussen ook na mijn studies de aandacht trok. (Terzelfdertijd leerde ik ook de linkse zangtraditie steeds beter kennen. Een nieuwe wereld aan te zingen liederen ging langzaam open.)

Mijn kennis breidde uit en ook in Hasselt kwam ik mensen tegen die mijn passie voor het studentikoze lied deelden. Ik mocht af en toe een interne cantus meemaken en werd zelfs eens mee genomen naar een vormcantus in Leuven alwaar ik op het tijdsbestek van enkele luttele uren een schat aan nieuwe liedjes leerde.




Die leergierige houding naar de traditie in beleving brengt me ook naadloos bij het streven naar zelfontplooiing. Hier citeer ik graag de huidige statuten van Bourgondia: “[…] een besloten groepering van mensen die ten doel heeft […] de kennis en kunde van haar leden te verruimen.” We stellen ons al in het allereerste artikel dit doel. Immers: een club bestaat uit meer dan vriendschap alleen en louter het beleven van traditie is als het langzaam versterven in een kamer die steeds een beetje kouder wordt omdat het haardvuur is uitgegaan. Een club verrijkt haar leden zoals ieder lid bijdraagt aan het geheel.

Uitstappen naar brouwerijen en stoffenbeurzen, politieke en historische lezingen, infoavonden, speeches, appreciatiemomenten in de nachtelijke stilte aan de Antwerpse kade… In de afgelopen zeven jaren heb ik al heel wat bijgeleerd doordat ik in clubverband deelnam aan activiteiten, doordat ik in het studentenleven interessante mensen en gespreksonderwerpen tegen kwam. En inderdaad: net zoals het vriendschappelijk karakter is ook het luik van de zelfontplooiing niet iets waar een club alleenrecht op heeft. Maar het studentenleven schept een context, een kader waarbinnen kansen gecreëerd (kunnen en moeten) worden.




HiSS, Amicitiae Limburgia, Bourgondia, Mater Paramedica,… Ik ben ze allen schatplichtig. Ze hebben me de afgelopen zeven jaren warmte en onderdak geboden. Ze waren (en zijn) een plek waar ik kan lachen en waar ik mag huilen. Ik ontmoet(te) er nieuwe mensen en maak(te) er vele vrienden. Ik leer(de) samen met hen over academische onderwerpen, over onbenulligheden, over het leven en over sterven. Ik zing met hen zoals zij die voor ons kwamen ook samen hebben gezongen. Ze zijn het warme vuur in de herberg na een lange dagtocht. Ut vivamus, crescamus et floreamus…

Dixi.