15 september 2014

Vriendschap - Depressie III



Depressie… De afgelopen twee blogs die ik aan het onderwerp wijdde hadden een eerder donkere inslag. Vandaag gooi ik het dan ook graag eens over die andere boeg: steun, warmte , vriendschap. En vooral ook veel dankbaarheid. “In tijden van nood, leert men zijn vrienden kennen.” En blijkbaar mag ik me gelukkig prijzen met aardig wat van die types.



Een oude kotgenoot, de ouders van mijn petekindje, een hartsvriendin, een grote broer, een kleine zus,… De lijst is – wanneer ik er zo even bij stil sta – best wel lang te noemen. Dat is iets bijzonder en ik weet niet of ik ooit onder woorden kan krijgen hoe dankbaar ik ieder van hen ben. Want ze staan er, dag en nacht. Ze zijn er wanneer ik onnozel aan het doen ben, wanneer ik lach, wanneer ik huil. Ze bieden me steun, houden me af en toe de nodige spiegels voor, durven me pijn te doen. Ze staan klaar wanneer ik hen nodig heb: een luisterend oor, een stevige schouder, een kop thee. En alles wat ik hen in de  plaats terug hoef te geven is mijn dankbaarheid. En zelfs die is soms niet eens nodig…

Ik weet niet of de warme gloed die ik soms op een spontaan moment ervaar universeel is. Dat warme gevoel dat vanuit de kern van mijn lijf naar buiten straalt. Tijdens een fietstocht, op avonden rond de tafel, op de bank met een goed glas wijn. Het is een gevoel van intens geluk en vervolmaking. Het is het gevoel ergens thuis te zijn. Het is het weten dat alles wel goed komt, ook als de nacht extra donker is.


Wat vrienden voor een mens betekenen, kan niet overschat worden. En ik kan enkel hopen dat iedereen minstens af en toe het geluk mag hebben een goede vriend tegen te komen in haar/zijn/* leven. Iemand die hen ondersteunt, zelfs als de last op hun schouders het zwaarst weegt. Iemand die met hen lacht en met hen huilt. Iemand die complimenten geeft, maar ook eerlijk durft te zijn wanneer dat nodig is.

Ik ben dankbaar dat ik zo’n mensen in mijn leven heb. Mensen tegen wie ik kan vertellen wat me dwars zit, wat me gelukkig maakt of soms ook gewoon wat me bezig houdt. Want ik val vaak in een duister gat, maar ik weet dat zij er zijn om me op te vangen, telkens weer. Ook al heb ik het niet altijd verdient, al doe ik soms vervelend, al is mijn rugzak soms nog zo zwaar.


Ik ben hen dankbaar.


11 september 2014

Superheld - Depressie II


Soms overvalt het me zomaar. Dan zit ik het ene moment te lachen en weet ik het volgende moment niet zo heel goed wat ik voel. Ik weet alleen dat het geen leuk gevoel is... Woorden om het nader te beschrijven zijn er niet echt. Het is een soort leegte, en toch ook niet. Het is me heel erg vol voelen, en toch ook niet. Het is een echo en een doffe slag tegelijk. Het is verlammend. Dat wel... En plots wil geen gedachte meer tegoei doordringen, wil geen taak meer lukken. Er waart een spook door mijn hoofd. Dat spook heet depressie.




Op de momenten dat het dan even niet gaat, dan start er een achtbaan in mijn hoofd. Die valt van een hoogte vol niks, roetsj! ...naar beneden. Ik trek mezelf mee de diepte in. Plots ben ik zelf niets meer waard. Plots verliest mijn 'ik' zelfs de 'silver lining' die er vroeger altijd was om me aan op te trekken als ik even in een dipje zat. Plots blokkeer ik en kan ik maar moeilijk meer terug. De wereld binnen in mij valt stil, terwijl die wereld daar buiten ongenadig en chaotisch verder beukt in mijn gedachten. Vragen als 'Wie ben ik?' verdraaien zich tot 'Wat ben ik waard?'. Vragen als 'Wat is de zin?' verduisteren tot het simpele 'Waarom?'. De absolute leegte, het obstructieve van een gedachte aan niets, het blokkerende aan ondefinieerbare gevoelens en het verdovende in de chaos...

Gelukkig zijn er momenten dat het even beter gaan. Soms duren die momenten zelfs een behoorlijke poos. Dan lukt alles weer. Dan kan ik intens genieten van dingen gedaan krijgen. Het zijn die momenten die ik tegenwoordig koester. Ze geven me een gevoel van eigenwaarde dat eens een keertje niet verbonden is aan een schijnbaar niks doen, aan een nutteloos rondhangen in mijn eigen vege lijf. Ik klamp me dan koortsachtig vast aan die momenten. Bij iedere geforceerde lach die ik slaak, bij iedere duistere gedachten die voorbij zweeft, op ieder donker moment op mijn dag... zijn dat de dingen waaraan ik me vasthoud: mijn hoofd hangt niet altijd vol onweerswolken, soms schijnt in mijn hart de zon. En zolang ik me dat besef - zo vertel ik mezelf - komt alles wel goed. Toch?


Ik dacht altijd dat ik een goed beeld had op wat een depressie was, maar nu leer ik dat ik eigenlijk geen flauw idee had. De woorden waarmee ik voor mezelf depressie beschreef waren niet meer dan dat: woorden. Het was een beeld dat - hoewel genuanceerd - toch nog behoorlijk wat misvattingen kende. Het is misschien een beetje zoals voor het eerst echt verliefd op iemand worden: je kan het je niet echt helemaal inbeelden. Pas op het moment dat je voor iemand valt besef je hoe zoiets aanvoelt. En natuurlijk zijn er de sprookjes, de boeken en de films die je een notie geven van... Uiteindelijk raken die slechts de oppervlakte van verliefdheid aan. Of soms ook: de oppervlakte van de symptomen van een depressie

Het leven kronkelt momenteel op vreemde manieren langs, over en onder me door. Ik lijk de grip op de dingen wat kwijt te zijn. En ieder moment bid ik, dat die zelfverzekerde jongen die ik ooit was me komt redden. Dat hij me meeneemt naar toen ik krachtig in mijn schoenen stond. De tijd van 'Je m'en fou!' en 'King of the World'. Mezelf als mijn eigen prins op het witte paard... Waar is die onversaagde held? Waarom is hij niet bij me nu? Komt hij ooit nog terug? Man, wat verlang ik naar zijn terugkeer...



Gelukkig onweert het niet altijd in mijn hoofd.

(To be continued...)


8 september 2014

'Hoe gaat het?' - Depressie I


Het is lang geleden dat ik nog eens iets postte op deze blog. Het is zelfs lang geleden dat ik ook maar iets schreef. Maar daar komt nu dus verandering in. Als onderdeel van een plan om mijn algeheel welbevinden te verbeteren. Therapie, zeg maar… En ja. Ik post die tekst op het internet, waar iedereen het lezen kan. Ik schaam me dan ook niet voor de reden dat ik dit schrijf. Het is al te vaak taboe om over gevoelens en psychisch welbevinden te praten, maar ik zie niet in waarom we er over zouden moeten zwijgen. We zouden met ons allen beter wat vaker stil staan bij hoe we ons als mensen voelen… En dat zeg ik ook los van mijn eigen huidige situatie.





Een kleine maand geleden voelde ik me futloos. Niet lichamelijk, maar in mijn hoofd. ‘Tekenen van een depressie’, aldus de dokter. Dus nu ben ik in behandeling, met alles wat daar bij hoort: een psycholoog, antidepressiva en een godzijdank zorgzame en warme omgeving. De diagnose was een behoorlijke schok. Immers: ik heb wel vaker last van sombere periodes. En toen ik bij de dokter binnenstapte omdat ik me nergens meer aan gezet kreeg – niet op mijn werk, niet in het huishouden en niet in het verenigingsleven  - dacht ik aan één of ander vitaminetekort dat zo zou worden opgelost met wat pillen en aangepaste voeding. Toen ik buitenkwam was dat wel met een voorschrift voor pillen, maar niet voor de pillen die ik verwacht had.

Waar ik me de laatste maand aan erger is de vraag “Hoe gaat het?” aan het begin van een gesprek. Nu vond ik dat al langer een stompzinnige vraag die vaak enkel gesteld wordt uit beleefdheid. En nu het effectief niet goed met me gaat, werd de vraag een bron van ergernis. Veel mensen willen niet horen dat het slecht met je gaat. Dan moeten ze luisteren naar een verhaal. Het sociaal verwachte antwoord op de vraag “Hoe gaat het?” is “Goed. En met jou?” Maar goed, sommige zaken zijn nu eenmaal wat ze zijn…

Mijn voornaamste probleem momenteel is dat ik niet goed weet wat zeggen. Ik maak er geen geheim van dat het momenteel even wat minder met me gaat, maar om dat nu in ieder gesprek te gaan vermelden… Bovendien is de follow-up question nadat je zegt dat je symptomen van een depressie hebt steevast “Oei. Hoe komt het?” En dat is net de ene vraag die ik nog meer verafschuw dan het verfoeilijke “Hoe gaat het?”…



Het zit namelijk zo: ik weet het zelf niet. Ik weet niet waarom ik me ongelukkig voel. Ik weet niet waarom ik me alsmaar de vragen stel die ik me stel. Ik weet niet waarom ik me soms in mijn functioneren geblokkeerd voel. “Is het je werk?” Neen, want ik werk graag bij LINC vzw. De Digitale Week is een boeiend project, met meerwaarde en ik mag er aan werken binnen een aangename werksfeer. “Voel je je eenzaam?” Ja, maar niet zo eenzaam dat ik er aan kapot ga. Ik zou inderdaad liever een leuke partner hebben om het leven mee te delen, maar ik ben niet wanhopig op zoek naar… “Kun je je ei niet kwijt bij je vrienden?” Jawel. Zoals ik daarnet al zei: ik ben dankbaar om de warme zorgen die mijn vrienden me geven. Ik koester hun vriendschap en hun genegenheid en ik kan met hen praten over wat er in mijn leven gebeurd. “Wat is het dan?” Ik weet het niet. Ik weet het écht niet.


Misschien kom ik er de komende tijd al schrijvend achter? Hoe dan ook: to be continued…


20 januari 2014

Blue Monday? Red Revolution!

 

Ik ben een contente mens. Pas verkozen tot voorzitter van Jongsocialisten Limburg, hongerig naar actie, creatief uitgedaagd op mijn werk, relatief gezond, een dak boven mijn hoofd en eten op mijn bord. Maar nog gelukkiger word ik van de mensen om me heen... Ja, ik ben een gelukkige mens! En op deze 'meest depressieve dag van het jaar', de zogenaamde 'Blue Monday', schreeuw ik dat graag van de daken!


Het afgelopen jaar, 2013, is er heel wat veranderd in mijn leven. Een kortstondige maar mooie relatie, een hoop nieuwe vrienden, internationale uitwisselingen,... Maar wat me in 2013 vooral wist te raken: Mijn vrienden W.M. en K.E. uit T. kregen een wolk van een zoon. En van het ene op het andere moment mocht ik me, als peetvader, plots écht familie noemen! Plots heb je een klein mensje in je armen en weet je dat het leven mooi kan zijn.

Bovendien weet ik me ook in 2014 weer omringd door mensen die stuk voor stuk grote stukken van mijn metaforisch hart hebben weten in te palmen. Vrienden die méér zijn dan vrienden. Mensen die me een intens warm gevoel geven vanbinnen. Volk waarvan ik denk: 'Verdorie. Ik ben dankbaar dat ik jùllie in mijn leven heb!'.

Het maakt dat ik me vandaag strijdbaar voel. Ik ben wakker. Ik sta klaar... De seizoenen lijken van slag en het heeft effect op mijn lichaam, zo lijkt het wel. De lente borrelt nu al in mij op. Vrienden, ik ben klaar. Ik weet niet waarvoor, maar ik ben klaar!


 Gelukkig Nieuwjaar!


13 december 2013

Europa ligt ook in mijn straat! - De wereld, mijn achtertuin.



'Europa ligt in mijn straat,' zegt Joke Quintens wel eens. Joke is naast professioneel procesbegeleider ook ondervoorzitter van sp.a, schepen en sinds kort ook parlementslid voor diezelfde partij. Als Genkse weet ze donders goed wat 'multiculturaliteit' en 'samenleven' inhouden. Niet alleen Europa ligt in Genk. En Europa ligt bovendien ook niet alléén in Genk. Het ligt namelijk ook in mijn straat. En in de straat er naast. En in die dààr naast.


Internationalisme is een socialistische basiswaarde. Net zoals ook gelijkheid, vrijheid, duurzaamheid en solidariteit dat zijn. Ik adem dat internationalisme, het zit me in de kleren. Zomerkampen met YES (the Young European Socialists), Winterschool in Berlijn, the Workers Youth Festival, een euregionale werkgroep met collega's van JS in de PvdA, MJS en Jusos,... Het is dan ook niet vreemd dat ik morgen op 'Europese Identiteit en de Euregio' in Maastricht te vinden zal zijn.


"Het Europese project is gedoemd te mislukken want er is geen Europese identiteit, geen gemeenschappelijke cultuur," aldus de vaak gehoorde kritiek van de eurosceptici. Ik ben het met die kritiek fundamenteel niet eens. Wanneer ik immers met kameraden uit Ierland, Oostenrijk, Zweden, Duitsland,... rond een tafel zit, valt niet zo zeer op wat anders is maar vooral hoe gelijkend we allen zijn. Onze landen hebben immers een lange geschiedenis met elkaar en hun politiek zit in elkaar verweven. En jà, inderdaad, als ik dertig kilometer verderop ga winkelen - in Nederland, in Duitsland of in 'de Walen' - dan staan er vaak andere producten in de rekken en spreekt men een andere taal of regiolect. Maar zijn dat dan die wezenlijke verschillen die het samenwerken zo onmogelijk maken?

Steeds weer probeert men ons wijs te maken dat de ander ook existentieel anders is. Of het nu gaat om oude mijnwerkersfamilies, Walen of Grieken: telkens weer proberen een aantal groeperingen een wig te drijven tussen volkeren die eigenlijk zo gek veel niet van elkaar verschillen. Of het nu gaat over subtiele Belgen-/Hollandermoppen of om meer uitgesproken varianten van vuurtje-stook zoals de verkondiging dat 'alle Walen lui, werkschuw tuig zijn'... Telkens weer wordt er een wij-tegen-de-rest gespeeld die nergens goeds toe leidt. Daar moeten we vanaf. Niet straks of morgen, maar nu meteen!



Ik ben benieuwd naar de conferentie van morgen. Er staan enkele interessante sprekers en discussies op het programma. Met veel graagte zal ik de Limburgse (BE) socialisten en Jongsocialisten vertegenwoordigen. Als erfgenamen van oa. wijlen Paul-Henri Spaak en wijlen Paul Finet is het vandaag immers aan ons om als nieuwe generaties socialisten en sociaal-democraten te ijveren voor een beter Europa, een betere wereld.

Laat ons daarom in een jaar van Europese verkiezingen niet al te veel doen aan kleinburgerlijk navelstaren. Zet mee met ons de ramen open en laat een nieuwe wind zich meester maken van een gezamenlijk, sterk en sociaal Europees project. Een project dat haar weerklank ook vinden kan in zowel het federale als het Vlaamse programma. Een project dat inwerkt op het lokale én het internationale niveau. Een project van mensen maar vooral ook vóór mensen. Of die nu Anna, Meryame, José, Sven, Elisabeth of Jan heten.


Ik ben voor méér Europa. En u?